Beter samen beslissen door MDO nieuwe stijl

01 februari 2021

Wilma Savelberg, stafadviseur Patiëntenparticipatie Maastricht UMC+ promoveert binnenkort op het onderwerp samen Beslissen. Zij ontdekte tijdens haar onderzoek in de borstkankerzorglijn dat er een basis voor samen beslissen ligt in het multidisciplinair overleg (MDO). Hierin wordt niet meer één behandelplan vastgesteld, maar meerdere behandelopties. Dit nodigt uit tot dialoog met de patiënt én beter gebruik van de keuzehulp die voor borstkankerpatiënten is ontwikkeld.

“Het MDO nieuwe stijl werkt goed”, constateert Wilma. “De zorgverleners binnen het team ervaren het als bijzonder prettig. Zo ontstond het idee om dit ook bij andere (oncologie)teams in te voeren.”

“Aanvankelijk dachten we de borstkankeraanpak één-op-één te kopiëren naar de andere zorglijnen binnen de oncologie,” vertelt Wilma. “Dat bleek helaas een te simplistische gedachte. Want niet alleen is elk MDO anders, we merkten bovendien her en der lichte weerstand. We kregen de handen pas echt op elkaar toen we er wetenschappelijk onderzoek aan koppelden. In samenwerking met hoogleraar Trudy van der Weijden en met de hulp van een aantal studenten zijn we gestart met het observeren van MDO’s. In principe kon elke zorglijn zich hiervoor aanmelden, hoewel ze wel aan bepaalde criteria moesten voldoen, zoals een positieve houding ten opzichte van vernieuwing en bereidheid om de patiëntgerichtheid in het MDO te verbeteren om zo samen beslissen beter te faciliteren. We waren blij verrast dat we direct een aantal zorglijnen hebben meegekregen.”

 Geen ‘one size fits all’

De observatie van MDO’s is gebeurd aan de hand van een formulier. Daarnaast zijn 27 professionals geïnterviewd over de patiëntgerichtheid van hun MDO; hoe ervaren zij het MDO? Is er ruimte voor samen beslissen? Wat zou beter kunnen? Als de gesprekken stokten, stelden wij een aantal verbeterstrategieën voor, waarop de professionals konden reageren. Belangrijke uitkomst van de observaties en gesprekken: het ene MDO is het andere niet. De verschillen per zorglijn zijn groot. Sommige MDO’s lopen zeer gestructureerd, andere ogen wat chaotischer. Dat kan te maken hebben met de structuur ervan, de samenstelling, de frequentie, de omvang of de mate en manier van voorbereiding. Met andere woorden: er is geen ‘one size fits all’. Elk MDO vraagt om een maatgerichte verbetering.”

Goed gesprek met de patiënt

Inmiddels zijn we anderhalf jaar verder en is een aantal teams voortvarend met verbeteringen aan de slag gegaan. Wilma noemt als voorbeeld het Hoofd-Halsteam. “De verpleegkundige is gaan werken met de in Groningen ontwikkelde OP-tool (Outcome Prioritisation tool). Met deze tool kunnen patiënten op een schaal van 0-100 aangeven wat zij belangrijk vinden: langer leven, onafhankelijkheid bewaren, minder pijn of minder andere klachten. Deze tool levert een goede dialoog op met de patiënt. De patiënt geeft per onderwerp aan wat hij of zij wenst, natuurlijk met de restrictie dat niet alle vier de onderwerpen op 100 kunnen staan. Minder pijn betekent dan bijvoorbeeld inleveren op onafhankelijkheid etc. Dat zorgt ervoor dat patiënten gericht gaan nadenken; wat is voor mij het belangrijkste? Dit gesprek vindt plaats vóórdat de patiënt wordt besproken in het MDO. De verpleegkundige brengt de overwegingen van de patiënt in en aan de hand daarvan worden meerdere opties besproken en vastgelegd. Daar waar voorheen vaak direct tot operatie werd besloten, wordt nu veel meer nagedacht of dat wel zinvol is voor deze specifieke patiënt.” Uiteindelijk valt de beslissing pas in de spreekkamer. “Vanzelfsprekend nemen we ook patiënten mee in de ontwikkeling van een verbeterd MDO”, vertelt Wilma. “Dat hebben we gedaan met twee focusgroep interviews. Daaruit bleek dat de meeste patiënten niet goed wisten wat een MDO is! Na uitleg daarover en de presentatie van opties om het MDO patiëntgerichter te maken, kwamen de patiënten tot vrijwel dezelfde conclusies als professionals. Eén punt waar het uiteen liep: daar waar professionals ook twijfels over de behandeling willen bespreken, hebben patiënten dat liever niet omdat dat onzeker maakt.”

Stroomlijnen van vragenlijsten

Een ander punt van aandacht zijn de vragenlijsten die patiënten moeten invullen. “We kwamen erachter dat patiënten soms bijna 300 vragen moeten beantwoorden, nog voordat een behandeling überhaupt gestart kan worden. Een groot deel van de vragen is dubbel of soms overbodig. Het betreft vaak vragen die niet direct verband houden met de behandeling, maar die verplicht worden vanuit de vereniging voor specialisten of patiëntenvereniging, DICA (Dutch Institute for Clinical Auditing), EORTC (European Organisation for Research and Treatment of Cancer), pijnmeter, (deel)vragenlijsten geriatrie, anesthesie vragenlijsten en soms ervaringsvragenlijsten. We zijn nu aan het inventariseren hoe dit binnen de verschillende oncologiezorglijnen is geregeld en hoe we de vragenlijsten beter kunnen stroomlijnen.”

Bij het begin beginnen

Na anderhalf jaar onderzoek is het nog te vroeg voor harde conclusies. Wilma merkt wel dat er een besef is ontstaan dat het MDO aan de basis ligt van samen beslissen. “Bijna alle zorglijnen vinden dat het klakkeloos vaststellen van een behandelplan niet meer van deze tijd is. Dat het echt een meerwaarde heeft om opties te bepalen en vast te leggen, zodat de arts goed weet wat hij of zij met de patiënt kan bespreken. “Tegelijkertijd is er ook nog weerstand”, merkt Wilma op. “Dat heeft vooral te maken met tijdgebrek. Tijd is kostbaar, dit wordt soms toch als weer iets extra’s gevoeld. Dan herhaal ik maar: de tijd die je nu investeert, win je later in het zorgproces terug.” Wilma besluit: “Ik hoop dat we met dit project nog meer artsen ervan overtuigen dat de beste medische behandeling, niet per se de beste behandeling voor de patiënt hoeft te zijn. Om te bepalen wat wel de beste behandeling is, is een goed gesprek met patiënt en alle andere betrokkenen onmisbaar. Wat we ook geleerd hebben is, samen beslissen implementeren vraagt veel meer dan een training of keuzehulp. We moeten echt aan de basis beginnen.” Inmiddels wordt samen beslissen verder uitgebreid naar andere ziektebeelden.


Enkele strategieën die het MDO patiëntgerichter maken:

  • In het MDO is altijd iemand aanwezig die de patiënt daadwerkelijk heeft gezien
  • Ook de niet-medische belangen van de patiënt komen ter sprake (bijvoorbeeld via de verpleegkundige, verpleegkundig specialist, een maatschappelijk werker, huisarts etc.)
  • Meer focus op de mens achter de patiënt (voorgeschiedenis, co-morbiditeit, beschrijving van de patiënt (leeftijd, beroep, gezinssituatie, mantelzorger etc.)
  • Toon een foto van de patiënt om de mens letterlijk zichtbaar te maken
  • Benoem een vicevoorzitter die de notulist aanstuurt, zodat de voorzitter zich kan concentreren op de discussie en gestructureerd verloop van het overleg.
  • Stel de spreekvolgorde goed vast zodat mensen goed naar elkaar luisteren.
  • Leg opties vast en neem die mee naar de spreekkamer.

 

Bron

Publicatie:
Margo van Vlierden, 8 x 2 verbeterverhalen uit umc’s (NFU-consortium Kwaliteit van Zorg)

Link:
https://nfukwaliteit.nl/pdf/1903.01_8_x_2_verbeterverhalen_uit_umcs_.pdf

Foto:
Wilma Savelberg

Toestemming plaatsen cookies

Deze website maakt gebruik van functionele, statistische en social media & overige cookies. Als u wilt aanpassen welke cookies en scripts gebruikt mogen worden, kunt u hieronder uw instellingen wijzigen.

Meer informatie is beschikbaar in de privacy- en cookiestatement.