Yvonne Henskens: ‘Laboratoriumtesten zijn belangrijk, maar soms onderschat in antistollingszorg’

30 maart 2021

Deze keer aan het woord: Yvonne Henskens, expert Antistollingszorg. Yvonne is Klinisch Chemicus in het MUMC+ en verantwoordelijk voor de laboratoriumtesten op het gebied van bloedingsneiging, trombose en antistollingszorg. Daarnaast is zij hoogleraar Klinische Chemie, met als aandachtsgebied hemostase.

Wat is jouw ervaring met het thema antistolling?
‘Mijn speerpunt binnen zowel mijn patiëntenzorg-, onderzoek- als onderwijstaken is om de juiste laboratoriumtest, voor de juiste indicatie, op de juiste plek te faciliteren. In mijn rol als klinisch chemicus ben ik binnen het MUMC+ betrokken bij de Trombosevigilantie Commissie en het Trombose Expertise Centrum (TEC), dat een regionale functie vervult op het gebied van antistollingszorg. Verder probeer ik als voorzitter van de Vereniging Hematologische Laboratoria (VHL) de samenwerking en uniformering van laboratoriumtesten te bevorderen. In deze hoedanigheid en in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie (NVKC), ben ik betrokken geweest bij de ontwikkeling van verschillende richtlijnen op het gebied van antistolling, zoals de ‘Leidraad begeleide introductie NOACs’, het laboratoriumhoofdstuk van de FMS richtlijn ‘Antitrombotisch beleid’ en de meer recente ‘Leidraad COVID-19 coagulopathie’.

Wat maakt dat het een belangrijk thema is?
‘Het aantal patiënten dat antistollingsmedicatie ontvangt, stijgt enorm. Daarnaast worden de patiënten die de middelen ontvangen steeds ouder en neemt ook comedicatie toe. Het aantal en type middelen is ook aan grote veranderingen onderhevig, waardoor het voor zowel patiënten als zorgverleners steeds complexer wordt. Het thema antistollingszorg is dus belangrijk vanuit meerdere perspectieven waarbij patiëntveiligheid er een van is.

Voor mij is het belangrijk om binnen het programma aandacht te hebben voor de toegevoegde waarde van laboratoriumzorg bij antistolling. De laboratoriumzorg op het gebied van de antistolling is aan het veranderen; waren standaard controles voorheen onderdeel van iedere antistollingsbehandeling, nu vinden – zeker bij de nieuwe middelen - vaak alleen nog maar incidentele controles in spoed- of individuele situaties plaats. Deze verandering vergt aanpassing van zowel protocollen en werkwijzen voor zorgverleners als de logistiek binnen de medische laboratoria. Het is van belang dat de patiënt hier geen last van heeft en in alle situaties en bij elke antistollingsmedicatie de juiste behandeling krijgt. De laboratoriumzorg is hier een belangrijk onderdeel van.’

Wanneer is het programma Tijd voor Verbinding geslaagd?
'Samenwerking tussen alle betrokken expertises en disciplines – inclusief laboratoriumzorg - is van groot belang om de antistollingszorg verder te verbeteren en dit thema tot een succes te maken. Als we daar een stap voorwaarts in kunnen zetten, is het programma wat mij betreft ontzettend geslaagd! Door de snelle veranderingen op het gebied van antistolling is het daarnaast van belang om aandacht te besteden aan (lab)onderzoek, het opstellen van uniforme en werkbare (regionale) protocollen en ervoor te zorgen dat kennis en bekendheid met dit thema beschikbaar is voor zorgverleners én patiënten. Ik hoop dat we vanuit Tijd voor Verbinding op al deze domeinen de komende jaren stappen kunnen gaan zetten, meer van elkaars voorbeelden kunnen gaan leren en ‘bottle necks’ gezamenlijk op kunnen pakken.’

Toestemming plaatsen cookies

Deze website maakt gebruik van functionele, statistische en social media & overige cookies. Als u wilt aanpassen welke cookies en scripts gebruikt mogen worden, kunt u hieronder uw instellingen wijzigen.

Meer informatie is beschikbaar in de privacy- en cookiestatement.